zondag, februari 28, 2010

Het Franse lied: Kery James - Banlieusards

Het kán wel: opgroeien in de banlieue en succesvol zijn.

Labels: , ,

zaterdag, januari 24, 2009

Hema Frankrijk: où est le rookworst

PhotobucketHema in Créteil, vlak voor opening. In het midden in pak bestuursvoorzitter Ronald van Zetten. Foto: Olivier van Beemen

Voor stroopwafels, dropjes en Jip & Jannekebellenblazers hoef ik voortaan slechts een halfuurtje in de metro te zitten. Gisteren opende in Créteil de eerste Franse Hema. Het lijkt meteen een groot succes. Direct na opening was het druk in de eemá en alle klanten die ik ondervroeg reageerden buitengewoon enthousiast.
Het was een druk dagje: samen met collega Stefan de Vries maakte ik een reportage (luister hier) voor BNR Nieuwsradio en ik maakte verhalen voor de GPD en voor FD (vandaag op voorpagina tweede katern). Een groot deel van de Nederlandse pers ter plaatse was erbij en ook in Frankrijk was er enige aandacht, zoals hier op Capital.fr. Op hema.fr is het voorlopig nog wat stilletjes.

Labels: ,

woensdag, november 26, 2008

Une autre image des banlieues en France

Photobucket
Cité Gaston-Dourdin, Saint-Denis © 2003 Ilse Frech

Voor de Parijzenaars onder de lezers: morgenavond zeven uur vindt een debat plaats over de beeldvorming rond de banlieue in het Institut Néerlandais, naar aanleiding van de fototentoonstelling I AM Pluri-elles van Ilse Frech. Sprekers zijn behalve de fotograaf zelf schrijfster Leïla Sebbar, journalist Yves Bodard, en fotograaf Mohammed Bourouissa.

Labels: ,

donderdag, juni 26, 2008

Op stap met Vogelaar in Franse 'krachtwijk'

Photobucket
Ella Vogelaar ontmoet een groep jonge ondernemers uit de banlieue tijdens bezoek aan Val Fourré. Slimane Bensala (rechts) is oprichter van het succesvolle modehuis Benmaz. Foto: Olivier van Beemen

Morgen een verhaal van mijn hand in Het Financieele Dagblad over een bezoek van minister Ella Vogelaar (Wonen, Wijken, Integratie) aan de wijk Val Fourré in Mantes-la-Jolie.

Labels: ,

maandag, april 28, 2008

Het Franse lied: Wax Tailor - Our Dance


Een paar jaar geleden interviewde ik enkele medewerkers van het radiostation Droit de Cité (een woordspeling die 'rechtstreeks uit de voorstad' en 'recht van spreken' combineert) in de beruchte wijk Val Fourré van Mantes-la-Jolie. En een jaartje geleden zag ik een concert van Wax Tailor in de concertzaal Elysée Montmartre bij Pigalle, gratis aangeboden door een beroemd ijscomerk.
De link tussen beide evenementen had ik niet direct gezien, maar bestaat wel degelijk. Wax Tailor, ofwel Jean-Christophe Le Saout, zette zijn eerste stappen in de muziek bij dat radiostation. Fijne triphop, beïnvloed door onder meer Nina Simone met samples van films van Alfred Hitchcock en Woody Allen.

Huishoudelijk: de bedoeling is enige structuur in het blog aan te brengen. Maandag: muziekdag, woensdag: fotoquiz en vrijdag Paris selon Gregoire. Dan weet u op welke dagen u in ieder geval even langs moet surfen. En de andere dagen wordt u verrast, dus zou ik voor de zekerheid ook even kijken.

Labels: , , ,

zaterdag, december 01, 2007

Aangifte op het politiebureau

Les victimes d'infractions pénales bénéficient d'un accueil privilégié

Een bevoorrechte ontvangst zou me gisteren staan te wachten op het politiebureau van Juvisy volgens artikel 4 van de verklaring van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daar deed ik aangifte van mishandeling en diefstal een dag eerder in La Grande Borne in Grigny.

Eerst reis ik terug naar de buurt zelf, in gezelschap van collega en vriend Stefan de Vries, correspondent voor onder meer BNR Nieuwsradio, om mijn fiets op te halen. Met trein en bus reizen we naar La Grande Borne. Uiteraard ben ik angstiger dan normaal, zeker als we groepjes jongeren passeren. Het verloopt probleemloos. Boven de buurt vliegt een politiehelikopter.
Het politiebureau is in de nabijgelegen voorstad Juvisy sur Orge. Het welkom is bemoedigend: 'Ik hoop dat we uw aangifte kunnen ontvangen.' Maar zeker weet hij dat niet. De man vindt dat journalisten veel te vaak over voorsteden schrijven en raadt me af alleen dat soort buurten in te gaan. 'Wat er nu in België aan de hand is, dat is toch ook heel erg.'
Na drie kwartier wachten word ik ontvangen door een agente. Ze heeft niet veel zin in mijn aangifte. Ze belt met een andere agent tegen wie ze zegt dat ze eigenlijk al thuis had moeten zijn.
Ze luistert naar mijn verhaal, maar vindt het allemaal maar niets. Waarom ben ik in vredesnaam naar La Grande Borne gegaan? Waarom ben ik gisteren niet meteen gekomen? Ze zucht meerdere malen. 'J'en peux plus,' zegt ze tegen een vriendin die ze belt dat ze wat later komt. 'Ik kan er niet meer tegen'.
Wanneer ik vertel dat ik de haat in de ogen van een van de jongens zag, kijkt ze ongeïnteresseerd. 'Ik wil graag feiten horen,' zegt ze. Ze reageert geïrriteerd als ik zeg niet zeker te zijn of het vier of vijf jongens waren. 'Dat past niet in mijn computer.' Tegen een agent die langskomt, zegt ze: 'Er is een lange beschrijving bij dit verhaal. Daar ben ik nog wel even zoet mee'. Putain, antwoordt hij vol medeleven.
Verder vraagt ze bezorgd waarom ik aantekeningen maak (ik antwoord dat ik met haar meeschrijf) en zegt ze dat journalisten het altijd maar beter denken te weten als ik af en toe kritisch ben. Zo wil ze me laten verklaren dat ik de jongens niet goed gezien heb. Dat heb ik wel, antwoord ik, ik kan alleen niet meer goed beschrijven hoe ze eruit zien. Een irrelevant verschil, vindt ze.
Ik wil details geven over het uiterlijk van de jongen die ik het duidelijkst gezien heb, maar de agente vindt dat onnodig. 'Ik weet waar ik mee bezig ben', zegt ze.
Het proces-verbaal zit barstensvol spelfouten. Ik zal het binnenkort misschien inscannen. Ook het merk van mijn gestolen computer heeft ze verkeerd geschreven: Appel in plaats van Apple. Ik vraag of dat geen probleem is. 'Als ik snel typ, kan er af en toe een foutje in zitten. Dat is niet erg,' antwoordt ze.
We krijgen nog bijna ruzie als ik opmerk dat ze wel eens mag ophouden met zuchten en wellicht iets vriendelijker zou mogen zijn. Het was misschien niet zo slim van me alleen die buurt in te gaan, maar dat is nu gebeurd en ik doe aangifte van een geweldsmisdrijf. Ik zeg dat ik begrijp dat het vervelend is dat ze langer door moet werken, maar dat dat ook weer niet echt mijn fout is. Daarop ontkent ze dat ze zucht en vermoeid is.
We bekijken mogelijke daders op de computer. Ik krijg 57 zwarte, soms piepjonge jongens te zien uit heel Frankrijk, maar weet zeker dat hij er niet tussen zit.
Ik vraag wat er verder te gebeuren staat. Het gaat rond langs alle politiebureaus, zei ze. Een actieve zoektocht naar de daders zal niet plaatsvinden.

Enkele reageerders her en der op internet betwijfelen of me daadwerkelijk iets overkomen is omdat ik schrijf over een paar schrammetjes. Ik weet dat ik hen eigenlijk niet serieus zou moeten nemen, maar kan ze desalniettemin enigszins gerust stellen: ik bleek na een nacht slapen een blauw oog te hebben, en bloeduitstortingen op mijn voorhoofd, rechteroor en in mijn nek. Verder hartelijk dank aan iedereen die bemoedigende reacties en e-mails heeft verstuurd.

Labels: , , ,

vrijdag, november 30, 2007

Mishandeld en beroofd in La Grande Borne

Tijdens een reportage overdag in een Franse voorstad, ben ik slachtoffer geworden van een gewelddadige beroving door een groepje van vier of vijf jongeren. Hier het uitgebreide verhaal.

Bibliothecaris Julien heeft het idee dat het echt beter gaat met de buurt La Grande Borne in Grigny. De voorstad, die in het verleden regelmatig in het nieuws kwam door rellen en buitensporig vandalisme, is een van de meest beruchte achterstandsbuurten rond Parijs.
Julien herkent me nog van een eerder bezoek en negeert de gemeenteregel dat ambtenaren eerst toestemming moeten vragen voordat ze met een journalist mogen spreken. 'Er wordt een groot nieuw sociaal centrum gebouwd voor buurtverenigingen en er komt een nieuwe weg door de afgesloten buurt om weer wat leven in de brouwerij te brengen,' onderbouwt hij zijn optimisme.

Boekverbranding
Ik ben de afgelopen twee jaar al een keer of vijf in Grigny geweest. Begin vorig jaar had ik zelfs het idee me er een tijdje te vestigen in de hoop zo’n banlieue nu eens echt goed te leren kennen. Na een paar dagen werd dat plan bruut verstoord door de studentendemonstraties in Parijs tegen het jongerencontract CPE.
De wijk ziet er ook nu, een jaar na mijn laatste bezoek, troosteloos uit, vooral op een druilerige dag als deze. Wel valt me op dat er steigers bij een muur staan en dat er inderdaad een sociaal centrum wordt gebouwd. Iets van alle miljarden die de overheid keer op keer belooft, komt dus wel degelijk in de buurten terecht.

Ik laat mijn verhaal beginnen in de bibliotheek. Tijdens het geweld begin deze week zijn in Villiers-le-Bel bij Parijs en in Toulouse net als twee jaar geleden bibliotheken in brand gestoken. Bibliotheken. Kenniscentra, die de bevolking juist kunnen helpen in hun zoektocht naar een betere toekomst.
Volgens Julien moet je geen symbolische waarde hechten aan de boekverbrandingen. 'Die jongens verbranden simpelweg wat ze tegenkomen. De auto van hun buren, de winkel waar hun ouders werken. Ze hebben het vooral voorzien op alles wat de staat vertegenwoordigt: de bus die hun buurt bedient, scholen en dus ook bibliotheken. Vaak hoor je diezelfde mensen klagen dat de staat nooit iets voor ze doet.'
In de bibliotheek zitten vier oude dametjes uit het bejaardenhuis thee te drinken. Verder is het vrijwel leeg. 'We hebben ongeveer honderd regelmatige bezoekers,' zegt Julien. De buurt telt 13.000 inwoners. 'Toch moet je het belang niet onderschatten. Ik zie dat mensen hier opbloeien, vooral meisjes. Bovendien is er de sociale functie, kijk maar naar die oude vrouwen.'

Jij bent van de politie
Buiten maak ik wat foto’s van de bibliotheek voor bij het verhaal. Ik loop door de buurt, spreek enkele mensen aan en bezoek de groenteboer en het internetshopje vanwaar ik veel geblogd heb anderhalf jaar geleden. Erg spraakzaam zijn de meesten vandaag niet.
Het loopt tegen half vijf, tijd om mijn verhaal te schrijven en door te sturen naar de kranten. Toch zou het leuk zijn nog een enthousiaste jonge bibliotheekbezoeker in het verhaal te hebben. De scholen zijn uit en ik besluit nog even snel langs te gaan om te zien of het wat drukker is.
Op het plein voor de bibliotheek komt een jongen op een fiets op me af. 'Jij bent van de politie met je fototoestel.' Drie of vier anderen, allen met zwarte huidskleur en wijde kleren met capuchon, voegen zich bij hem.
Een klein mannetje – misschien is hij pas 14, misschien ook wel 18 – komt op me aflopen, gedekt door de anderen. 'Ik nam foto’s van de bibliotheek', zeg ik. 'Ik ben bezig met een verhaal over het belang van een bibliotheek in de buurt. Ik laat jullie mijn perskaart zien.'
Het maakt geen indruk. In de ogen van de jongen zie ik haat, zoals ik die nog nooit gezien heb. Onder zijn capuchon heeft hij zijn ogen bijna dichtgeknepen. Toch kijken ze intens naar me. Hij begint te slaan.
De anderen volgen. Ze proberen met de opening van een trappenhuis pal naast de bibliotheek binnen te duwen, een cage d’escalier. Even tevoren heb ik de poëtische graffititeksten daar nog genoteerd: Fuck la police pour la vie. Ik neuk ze in hun reet.
Uit krantenartikelen en van televisie weet ik dat in de donkere, naar urine stinkende trappenhuizen de ergste dingen gebeuren: geweldsmisdrijven, berovingen, groepsverkrachtingen. Daar moet ik buiten zien te blijven.
Met z’n vier of vijven slagen ze er toch in mij erin te duwen. Ze schoppen en slaan me, waarbij ze het vrijwel uitsluitend op mijn hoofd voorzien hebben. Ik schreeuw om hulp en denk dat omstanders – het is nog licht – me gehoord moeten hebben. Hulp komt niet.
Mijn fototoestel en laptop – ik wilde het verhaal direct vanaf een draadloze internetplek versturen om een uurtje tijd te winnen – in mijn rugtas heb ik dan opgegeven. Mijn portemonnee mogen ze ook hebben. Ze schoppen maar door: even vrees ik voor mijn leven.
Wanneer de buit onverwacht waardevol blijkt, neemt de druk iets af en kan ik naar buiten glippen. Ik ren de bibliotheek in. Een jongen wil me nog achterna, maar wordt tegengehouden door de anderen.
In de bibliotheek is de politie al gebeld. 'We dachten dat het om huiselijk geweld ging.' Dan grijpen ze blijkbaar niet in. Te gevaarlijk. Na ruim twintig minuten komt de eerste hulp. Nog later komt de politie. Behalve enkele schrammen op mijn voorhoofd, oor en lip blijk ik niets te mankeren.

Franse bureaucratie
De hulpverleners laten duidelijk blijken dat het om een alledaags vergrijp gaat. 'Vorige week nog een dametje met haar tas.' Na veel aandringen vind ik iemand bereid die mij een telefoon leent om naar Nederland te bellen om naasten op de hoogte te stellen en mijn bankpassen te laten blokkeren.
Aanvankelijk wil ik niet naar het ziekenhuis, maar later toch maar wel. Een man van de eerste hulp zegt dat dat niet meer kan. Ik heb immers al aangegeven dat ik het niet wilde. Ai, de Franse bureaucratie, ook nu. Uiteindelijk 'mag' ik dan toch. In de ambulance naar Evry.
Maar eerst nog even mijn fiets op halen, die nog op een parkeerplaats staat. Ik denk mijn fietssleutel kwijt te zijn, maar vind die later weer terug. De politie wil mijn fiets losknippen, waarna ik die in de bibliotheek mag zetten, maar krijgt het slot niet doorgeknipt. 'Een Hollands slot hè', luidt hun commentaar.
In het ziekenhuis gaat de bureaucratie door. Tot mijn verbazing moet ik wachten. Maximaal een half uur, wordt me gezegd. Dat vind ik best lang, voor iemand die net een traumatische ervaring heeft meegemaakt. Terwijl ik zit te wachten, voert de politie net een jongen af in handboeien. Zijn rechter broekspijp zit vol bloedspetters.

Trein naar Villiers-le-Bel
In een overvolle gang vol ellende moet ik uiteindelijk twee uur en een kwartier wachten, totdat een dokter in twee minuten hetzelfde constateert als de man van de eerste hulp. ‘Het beste gezondheidssysteem ter wereld’, verbijt ik mezelf. Zo denken Fransen over hun medische voorzieningen.
Niemand kan me in het ziekenhuis geld voorschieten voor een taxi of een trein terug en ik kan ook niet worden afgezet bij het politiebureau. Nummers van vrienden weet ik niet uit mijn hoofd. Lopend verlaat ik dan maar het ziekenhuis van Evry en kom in een buurt waar ik nog nooit geweest ben. Op een plattegrond zie ik waar het station ligt en zonder kaartje reis ik terug naar Parijs. De trein heeft als eindbestemming Villiers-le-Bel, maar ik besluit besluit op Paris Châtelet-Les Halles uit te stappen.

Labels: , , ,

donderdag, november 29, 2007

Uw correspondent beroofd en in elkaar geslagen in banlieue

Het plein waar het onheil zich eind van de middag afspeelde. Deze foto nam ik ruim anderhalf jaar geleden, toen ik al eens uitgebreid verslag deed vanuit La Grande Borne in Grigny. Op dat moment stond een auto in brand in een overdekte parkeergarage.

Slecht nieuws uit Parijs. Ik ben eind van de middag in elkaar geslagen en beroofd van mijn fototoestel en laptop in de voorstad Grigny, ten zuiden van Parijs. Vier of vijf jongens dachten dat ik ze fotografeerde en zeiden dat ik een politieagent was.
Dat was in hun ogen een geldig excuus me een trappenhuis binnen te duwen, waar ze me begonnen te slaan en daarna op mijn hoofd intrapten. Ik dacht even dat ik er geweest was. Toen ze mijn portemonnee, computer en fototoestel hadden, kon ik er vandoor glippen en de bibliotheek binnen vluchten.
Wonder boven wonder heb ik niet meer dan een paar schrammetjes opgelopen. Een uitgebreider verslag leest u hier.

Labels: ,

woensdag, november 28, 2007

Een rappende Franse Kwal

Zoals Alex (in de reacties) op scherpe wijze opmerkt, was het een ongewone dag vandaag voor mij in Parijs. Geen quizjes of een frisse wind uit Montcuq, maar serieuze verhalen die via allerlei media bij de lezers dan wel luisteraars terecht zijn gekomen.
Niet alleen mijn gebruikelijke opdrachtgevers waren geïnteresseerd in mijn nachtelijke escapades naar Villiers-le-Bel, maar ook drie verschillende radiostations: een studentenzender in Utrecht, BNR en BNN Today op radio 1, waar ik sinds ruim een maand Exit Hollander ben.
Het interviewtje op BNN was niet vanuit het openbaar vervoer, maar vanaf de Rue Oberkampf, waar ik even naar buiten was gegaan bij een concert van de slammer Kwal (filmpje).

Labels: , ,

dinsdag, november 27, 2007

Een avondje rellen in de banlieue van Parijs

Villiers-le-Bel, iets voor negen maandagavond

Waarin uw correspondent afreist naar Villiers-le-Bel, boze buurtbewoners en een geruïneerde kapper spreekt en bekogeld wordt met stenen.

Als je er middenin staat, kun je bijna niet anders oordelen: dit is een burgeroorlog, een stadsguerilla. De Franse troepen vertegenwoordigd door vervaarlijke ME'ers met helmen, schilden en knuppels aan de ene kant, de Arabieren en de zwarte Afrikanen met stokken en stenen, verscholen onder capuchons, aan de andere zijde: het doemscenario dat Jean-Marie Le Pen me in zijn villa in Saint-Cloud op een winterse dag vijf jaar geleden voorspiegelde tijdens een interview.
Rustig, even op adem komen voordat ik allemaal groteske informatie het wereldwijde web op stuur. Ik ben net terug van een paar uurtjes rellen in Villiers-le-Bel en wat ik gezien heb, was heftig, af en toe zelf angstaanjagend. Tijdens de rellen van twee jaar geleden, daarvoor en daarna ben ik meerdere malen de buurten ingetrokken, ook 's avonds, maar zo midden in de actie als zojuist heb ik me nog niet bevonden.
Terug naar vanavond 19:30. Op het nieuws van France 3 zie ik dat het nog rustig is na een woelige nacht gisteren in Villiers-le-Bel, 15 kilometer ten noorden van Parijs. Gisterenmiddag zijn Moushin (15) en Larimi (16) daar omgekomen, toen zij zonder helm met hun crossmotor tegen een politiewagen aanknalden. Volgens de politie gaat het om een ongeluk, volgens veel mensen in de buurt is het eerder een 'afrekening'. De vader van Larimi heeft verteld hoe zijn zoon al eerder bedreigd was en buurtbewoners wijzen op de aanzienlijke schade aan de politieauto. De grote deuk bewijst volgens hen dat er geen sprake was van een auto die vijftig reed en per ongeluk tegen een motor op was gereden, maar van een bewuste botsing op hoge snelheid.

Verkrachting op RER D
Hoewel je erg moet uitkijken met berichtgeving over de banlieue - voor je het weet annuleert half Nederland weer zijn vakantie naar Parijs - besluit ik dat de hevigheid van gisteren (40 politieagenten en één brandweerman gewond, onder wie twee zwaar, en veel materiële schade) het rechtvaardigt toch maar eens een kijkje te nemen. Het al dan niet bezoeken van de voorsteden op zo'n moment is telkens een moeilijk dilemma, want ik ben me ervan bewust dat media-aandacht de rellen over het algemeen stimuleert. Maar ja, het gebeurt toch en het is nieuwswaardig, dus negeren kun je het ook niet.

Om acht uur zit ik in de RER-trein D naar Creil, de lijn waarop dit weekend een 23-jarige studente (journalistiek) met ruim 30 messteken werd vermoord, toen zij zich verzette tegen een verkrachting. Nu praten twee Arabische meisjes vrij luidruchtig over wie het in hun klas allemaal met wie heeft gedaan en over de laatste mode in de RER B, een andere spoorlijn in en rond Parijs: je verbergen in het hok van de machinist. Maar wel zorgen dat je niet opgemerkt wordt. Anders kost het je 600 euro boete.

Ik stap uit op station Villiers-le-Bel - Gonesse - Arnouville, waar ik meteen doorheb dat ik goed zit: al op het perron ruik je de penetrante brandlucht.
Ik heb mijn fiets in de trein meegenomen. Uit ervaring weet ik dat zo'n voorstad vaak erg groot is en bovendien geeft de fiets me de gelegenheid er weer rap vandoor te gaan als het gevaarlijk dreigt te worden.
De kaart hoef ik niet te raadplegen om in de juiste buurt te komen. Volg het spoor van vuur en vandalisme. Direct buiten het station, dat is gevestigd in de gemeente Arnouville, zie ik Villiers-le-Bel liggen. Vlak na het plaatsnaambord (foto links) staat een vuilcontainer te branden met enkele jongeren niet ver daarvandaan. Ik ben op de goede weg.
Toch sla ik een verkeerde straat in. Ik beland in een wijk vol hoogbouw, maar er is niemand op straat. Op tv heb ik gezien dat er 300 man ME op de been is, dus hier moet ik niet zijn. Een jongen roept me vriendelijk na: 'fiets maar snel door jij' en drie brommertjes snijden me hinderlijk de weg af. Stomme allochtoon die ik in deze buurt ben. Dan hoor ik fikse knallen enkele honderden meters achter de flatgebouwen. Daar word ik verwacht.
Langs de doorgaande weg erheen zie ik talrijke buurtbewoners richting hun huis lopen. De busdienst blijkt wegens het geweld afgeschaft. De laatste paar honderd meter lopen ze langs een lange rij ME-busjes en door een dikke laag traangas. Welkom thuis na een lange dag werken.
In de bewuste wijk hebben ze mijn komst niet afgewacht. Op een vierbaansweg ligt een auto te branden (foto boven), een andere op een parkeerterrein ondergaat eenzelfde lot. Een verontruste buurtbewoner haalt zijn vrachtwagentje daarnaast weg, voordat die ook vlam zou vatten.

Oorlogsjournalistiek
Ik zie een lange laan, waar tientallen ME'ers (CRS in het Frans) tegenover een groot vuur enkele tientallen meters verder staan. Daarachter staan de jongeren, die stenen gooien.
Ik voel de adrenaline. Oorlogsjournalistiek trekt me niet erg aan, maar dit is toch verdomde spannend. Met een omweg wil ik nog dichter bij de actie komen, niet aan de kant van de ME, maar aan de andere kant.

Dat plan slaagt. Hoewel ik op mijn fiets redelijk opval laat iedereen me met rust. Ik schrik. Ik zie een kapperszaak die compleet vernield is. Ruiten ingeslagen, wasbakken omver gegooid, spiegels kapot, alle haarspulletjes over de vloer. Eigenaar Yves Lemoigne heeft er nauwelijks woorden voor. 'Dertig jaar zit ik in de buurt, ik kan het met iedereen goed vinden en dan sturen ze me op zo'n manier met vervroegd pensioen.'
Even verderop staan de jongens. Met stokken en stenen slopen ze alles wat ze kunnen. Ze komen richting kapperszaak gerend. 'Blijf hier staan', zegt Lemoignes vrouw tegen me, 'ik hou je fiets wel vast'.
De jongens passeren. 'Je moet hier nu echt weg', spreekt Yves Lemoigne tegen me op vaderlijke wijze (het leeftijdsverschil is ernaar). 'Dit is veel te gevaarlijk.' Hij heeft gelijk.

Nicolas uit La Courneuve
Ik keer terug naar iets veiliger gebied. Twee mannen in een auto spreken me aan. Ze zijn van het 6-minuten nieuws van tv-zender M6 (zo lang kunnen kijkers van die zender naar één programma kijken). Of het goed gaat op de fiets? Ach ja, ik ben wel lekker mobiel zo.
Dan kom ik Nicolas tegen, een verhaal apart. Hij is met een vriend op zijn racefiets uit de voorstad La Courneuve aan komen fietsen toen ze op het nieuws zagen hoe spectaculair het er in Villiers aan toe ging. Beiden zijn volgens Nicolas handicappés. Dat specificeert hij niet, maar ik vermoed dat ze een lichte mentale achterstand hebben. Dat uit zich deze avond in een panische angst en - eerlijk is eerlijk - zijn situatie is er ook wel naar.
Het probleem is dat hij zijn vriend kwijt is. Hij vreest dat die in de rellen is beland en wellicht gewond is geraakt, maar hij heeft geen idee tot wie hij zich moet richten. Bovendien is Nicolas' Go Sport-jasje gescheurd, wat hem minstens evenzeer verontrust.
De ME is niet erg aardig tegen hem en ik weet helaas ook niet zo snel de oplossing. Beide vrienden hebben geen telefoon en Nicolas weet niet of zijn vriend de weg terug zou weten naar La Courneuve. 'Wat ben ik toch stom', herhaalt Nicolas maar. 'Ik had hier nooit naar toe moeten komen.'
Vervolgens stuit ik op een groepje buurtbewoners van net boven de dertig. Ze vinden dat de jongeren groot gelijk hebben dat ze de politie te lijf gaan. Ik ben zeker chrétien, christen, vraagt een man me. Dan kan ik niet begrijpen wat hier gebeurt. Blanke Fransen noemen ze 'Galliërs' en de politie is zonder uitzondering racistisch. Bovendien staat die onder leiding van hun aartsvijand Sarkozy, die op dit moment in China miljardenorders binnenhaalt voor Airbus en voor kernreactorbouwer Areva. 'Om de de dood van een paar immigranten bekommert hij zich niet.'

Bekogeld met stenen
Een gezette Antilliaanse vrouw noemt de schade die de jongeren in de buurt aanrichten dommage collatéral. Ze zegt de jongeren volledig te begrijpen. Tenzij die het zouden wagen haar auto in de brand te steken, dan zou ze er geen goed woord voor over hebben.
Terwijl zij haar fraaie statements via een Nederlands medium wereldkundig maakt, voel ik een harde steen tegen mijn arm. Vanuit een tegenoverliggende flat worden we bekogeld. 'Wij zijn geen flikken', roepen mijn gesprekspartners naar boven. Maar het gooien houdt aan. Ik besluit het maar weer elders te zoeken.
Na een ontmoeting met de sympathieke studente Léticia (die bewaar ik voor de kranten van morgen) en een brandend fabrieksgebouw vol auto's, begeef ik me richting station. Ondanks storingen komt de trein vrij snel, waarna ik een halfuurtje later met mijn fiets bovengronds kom in het gemoedelijke Quartier Latin. Daar lopen de bioscoopvoorstellingen net ten einde, laven de al dan niet 'stakende' studenten zich aan een glas bier en genieten toeristen van slakken en kikkerbilletjes. Zelf haal ik een afhaalmaaltijd bij een Japanner. In de banlieue, aan de andere kant van de wereld op twintig kilometer afstand, blijft het tot half twee onrustig.

Labels: , ,

vrijdag, november 09, 2007

Het Franse lied: IAM - Petit frère


Rechtstreeks uit Marseille, de rapgroep IAM. Een van hun beste liedjes is Petit Frère, over de jonge mannetjes in de arme wijken die in de voetsporen willen treden van oudere (vaak criminele) buurtgenoten, grands frères. De songtekst vind je bij de reacties.

Het Franse lied:
Bénabar - Le Dîner * Mano Negra - Pas assez de toi / Mala vida * Charlotte Gainsbourg - The songs that we sing * La Rue Kétanou - Des cigales dans la fourmilière * Têtes Raides - Saint-Vincent * Dave - Vanina * Saez - Jeune et con * France Galle - Ella, elle l'a * Louise Attaque - Je t'emmène au vent * Indochine - L'aventurier * Abd Al Malik - Gibraltar * Olivia Ruiz - La femme chocolat * Jean-Michel Jarre - Oxygène * Zebda - Je crois que ça va pas être possible * Johnny Hallyday - Que je t'aime * Les fatals Picards - L'amour à la française * Noir Désir - Le vent nous portera * Alain Souchon - Le baiser * Cali - C'est quand le bonheur ?

Labels: , , , ,

donderdag, september 06, 2007

Bestrijdingsmiddel tegen daklozen

Claude Monet, Pont d'Argenteuil (1874), Musée d'Orsay in Parijs

Maandag was ik in Argenteuil, een plaats die ooit vooral bekend was van een schilderij van Claude Monet, Pont d'Argenteuil. Nu is de voorstad van Parijs onlosmakelijk verbonden met de term 'racaille', gespuis, omdat toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy er tijdens een nachtelijk bezoek in 2005 zei dat hij de buurt daarvan zou verlossen. De wijk Val d'Argent heeft de reputatie als een van Frankrijks beruchtste getto's, waar sommige politici een bezoek brachten louter en alleen om te laten zien dat ze dat durfden. Sarkozy daarentegen, die beloofd had terug te keren, kwam niet meer.

Dominique, Sylvie en Tahar bij het winkelcentrum Côté Seine in Argenteuil

De rechtse burgemeester van het plaatsje, George Mothron (UMP), heeft er genoeg van. 'Onze stad is geen dierentuin', is een van zijn slogans. Hij is bezig om zijn stad leefbaarder te maken.
Behalve Val d'Argent, waar duizenden mensen in belabberde omstandigheden wonen, is een groepje stinkende daklozen in een overdekt hoekje van het winkelcentrum Côté Seine, hem een doorn in het oog.
Het spelen van klassieke muziek om hen te verjagen, dat in een aantal steden schijnt te werken, was geen optie: ze bevinden zich aan de buitenzijde van het complex, waar het wat vreemd zou zijn muziek te spelen.
De gemeente moet toen gedacht hebben: we bestrijden hen met eigen middelen. Ze bestelde een soort bestrijdingsmiddel, Malodore (slechte geur), dat de reinigingsdienst op hun leefplek moest spuiten. Dat zou verder ongevaarlijk zijn. De versie van de betrokken daklozen die ik sprak in Argenteuil, was iets anders. Het middeltje leidt volgens hen tot braakpartijen en dagenlange ziekte.
Veel bewoners zijn verontwaardigd. 'Daklozen zijn geen kakkerlakken,' vertelde iemand me in het winkelcentrum. Lees het volledige verhaal vandaag in de GPD-kranten, waaronder het Nederlands Dagblad.

Labels: ,

donderdag, mei 10, 2007

Stereotype Frankrijk: stokbrood, alpinopetjes en goede wijn? Nee, brandende auto's

Place de la Bastille na demonstratie tegen arbeidscontract CPE, vorig jaar

Frankrijk? U bedoelt dat land waar de voorsteden steeds in brand staan en dat keer op keer geteisterd wordt door grote geweldsuitbraken. Dat is het beeld dat bij sommigen in Nederland is ontstaan. En daar willen ze niet meer van af, heb ik het idee, in ieder geval bij veel media niet.
Ook de afgelopen dagen was het weer raak. Enkele honderden anti-democratische radicalen (volgens Le Monde anarchisten, communisten, studenten en alcoholisten) betwisten op gewelddadige wijze de verkiezingsoverwinning van Nicolas Sarkozy. Nieuws dat voor veel kranten minstens even belangrijk is als het democratische feest dat zich de afgelopen weken in Frankrijk heeft afgespeeld.
Let wel: het gaat om wellicht 1000 extremisten die zich verzetten tegen 18.983.138 kiezers; honderdduizenden Fransen die tot nog toe niet mochten stemmen, hebben zich ingeschreven op de kieslijsten; vrijwel iedereen in het land praatte de afgelopen weken en maanden over politiek, over de toekomst van het land, over al dan niet noodzakelijke hervormingen en wie die zou kunnen uitvoeren.
Vervolgens ging tot twee keer aan toe 84 procent van de bevolking stemmen, ook toen er voor veel kiezers in de tweede ronde niet echt meer een geschikte kandidaat tussen zat. Trotskisten, communisten en rechts-extremisten verloren een groot deel van hun aanhang. Vive la démocratie, schreef ik al eerder. In de VS, waar de kiezer in zekere zin de leider van de wereld mogen kiezen, is de opkomst geslaagd bij 50 procent.
Interessanter en mediagenieker is het echter wanneer er een paar (extra) auto's in de fik vliegen. Op een gemiddelde avond branden er in Frankrijk 50 auto's. Of wanneer anarchisten de politie uitlokken tot een relletje (of andersom). De afgelopen dagen was het geweld iedere dag geringer dan de dag ervoor, maar werd het in ieder geval op de websites van diverse Nederlandse kranten weer prominent gepresenteerd. De papieren kranten kan ik vanaf hier lastig beoordelen.
Voor de verkiezingen werd vaak voorspeld dat de voorsteden zouden branden bij een overwinning van Sarkozy. Ik schreef al vaker dat het constant aankondigen van zo'n 'geweldsgolf' ertoe leidt of bijdraagt dat die ook ontstaat: klant is koning in de banlieue. Als je met een camera en wat goede wil langskomst, zijn er altijd toeschietelijke jongelieden te vinden die wel wat kattekwaad uit willen halen. En dus vlogen er wat meer auto's in de fik en kregen tv en kranten hun mooie plaatjes. Zie je wel, een nieuwe geweldsuitbraak.
Moet je er dan niets over schrijven? Ik ben geneigd te zeggen dat dat inderdaad het beste is, in dit geval althans. Ik heb de eerste protesten en het geweld van zondag genoemd in een alinea van een groter nieuwsbericht maandagochtend en toen ik de dagen erna zag dat het geweld verder afnam, leek het mij belangrijker om naar de toekomst te kijken: wat gaat Sarkozy de komende maanden en jaren allemaal veranderen, hoe moet het nu verder links en in het midden, wat staat er internationaal te gebeuren, dat soort zaken.
Mijn redactie vond dat echter niet. Zij hecht ook veel belang aan de onderwerpen hierboven, waar dan ook alle ruimte voor is, maar vindt ook dat er over geweld moet worden geschreven. 'Het speelt nu eenmaal in Nederland, je moet een reportage maken in de voorsteden', vonden zij. Ja, het speelt omdat de media daar onterecht veel over berichten, in Frankrijk speelt het veel minder.
En in de voorsteden is het al helemaal rustig. Ik heb gebeld met iemand die ik laatst sprak in Argenteuil, met La Grande Borne in Grigny, twee van de beruchtste buurten: er was niets aan de hand of het viel reuze mee. Het geweld dat er is, vindt juist plaats in de stadscentra, bijvoorbeeld bij Place de la Bastille in Parijs en op Place Bellecour in Lyon. De relschoppers zijn voor de verandering ook merendeels blank, en hebben eerder het profiel van de demonstrerende CPE-studenten dan van de relschoppers in de banlieue. Overenthousiaste studenten gooiden gisteren ook alvast een Parijse universiteit dicht, terwijl Sarko nog niet eens aan de macht is. Gelukkig ging die vandaag wel weer gewoon open.
Toch kun je je ook iets voorstellen bij het krantenstandpunt. Het gaat economisch niet zo goed met de meeste kranten in Nederland en een voorpagina met een brandende auto spreekt potentiële kopers vast meer aan dan de kop van Sarkozy. Ik moet toegeven dat ik zo'n brandende auto of een meisje tegenover een ME'er ook altijd best mooi beeld vind. Dan is het natuurlijk aardig een mooi verhaal bij die foto te hebben. Veel lezers vinden het waarschijnlijk spannend te lezen dat Frankrijk, dat land dat zo dichtbij ligt en dat iedereen kent, alweer 'in brand staat'.
Min of meer vergelijkbaar is wellicht de pedofiele partij waar in Nederland vorig jaar even sprake van was, maar die - als ik het goed gevolgd heb - uiteindelijk niet meedeed aan de verkiezingen, laat staan een zetel haalde. Vrijwel alle Franse kranten berichtten erover.
Het past bij het imago van Nederland, dat land waar alles maar kan. Dat was toch al hoognodig toe aan herbevestiging, want ook in Frankrijk is doorgedrongen dat Nederland niet echt meer het land is waar alles mogelijk is. Hoe dan ook, het resultaat was dat iemand me laatst vol verbazing vroeg wat die pedofielenpartij bij ons nu in het parlement doet. Vinden wij dat dan normaal?
Ook bij de pedopartij gaat om een marginale beweging, die wel behoorlijk 'mediageniek' is. Als ik buitenlands correspondent in Nederland was, wat waarschijnlijk toch al geen vetpot is voor freelancers, zou ik misschien ook wel een stukje voorstellen aan mijn redactie. Zelf heb ik een repo gemaakt bij de trotskisten en bij de partij van de jagers, die uiteindelijk ook niet veel stemmen trokken.
Maar als je in de gaten krijgt dat lezers een totaal vertekend beeld krijgen van Frankrijk en Parijs, dat mijn vader zich afvraagt of de stad nu geteisterd wordt door geweld, dat mijn blog (opnieuw) steeds meer hits heeft met de zoekterm 'reisadvies Parijs', dan moet je goed nadenken voordat je apocalyptische stukjes de wereld inzendt.
Voor de GPD schreef ik uiteindelijk een verhaal over aard van de relletjes en dat ze niet zoveel voorstellen. De kranten konden er in ieder geval een mooie foto bij plaatsen, kijk maar. Jammer is trouwens wel dat bij het redigeren in BN/De Stem de voor mij essentiële tegenstelling tussen 19 miljoen stemmen voor Sarkozy en enkele honderden demonstranten, verloren ging. Maar goed, dat kan gebeuren als er onder tijdsdruk snel moet worden ingekort om het verhaal op de juiste lengte te krijgen.

Ik hoor graag jullie reacties. Zijn er al weekendjes Parijs geannuleerd of valt het allemaal wel mee met de berichtgeving over geweld in Nederland? Of is geweld, hoe marginaal ook, een aanleiding voor berichtgeving?

Twee eerdere berichten over dit enigszins Luyendijkiaanse dilemma:
De zwarte zwartrijder van Gare du Nord, 30 maart 2006
Banlieue blog: baldadigheid

Labels: , , , ,

vrijdag, maart 30, 2007

De zwarte zwartrijder van Gare du Nord

Het is weer zo ver. Dinsdagmiddag en -avond vond een rel plaats op het Gare du Nord in Parijs, waarbij jonge passagiers en de oproerpolitie een paar uur tegenover elkaar stonden, nadat controleurs een recidieve zwartrijder wilden beboeten. Volgens 'experts' kan dit het 'mogelijke' begin zijn van een nieuwe geweldsgolf in Frankrijk. Het gegeven dat het in een station in Parijs zelf plaatsvond, zou er bovendien op wijzen dat niet alleen de voorsteden getroffen worden, maar ook de stadscentra.
De gang van zaken in de media de afgelopen dagen is zeer opmerkelijk. Het gebeurde dinsdag en leverde kleine berichtjes op. Ik zag het toen ik 's avonds laat terugkwam van een reportage in Bordeaux (waarover later meer). Het was toen al te laat om er nog over te berichten en het leek me een los incident, dat het niet waard was om uitgebreid over te schrijven. Volgens de eerste berichtgeving ging het om tientallen, wellicht een honderdtal relschoppers, maar dat waren er - in ieder geval in de media - al snel driehonderd geworden.
Zonder dat er buitengewoon veel nieuwe informatie bekend werd gemaakt, werd de zaak woensdag in de media steeds groter. Dat komt goeddeels op conto van de presidentskandidaten, die allen een slaatje uit de rel willen slaan. Iedereen ter linkerzijde van kandidaat Nicolas Sarkozy vindt dat het Sarko's schuld is: hij heeft als minister van Binnenlandse Zaken met zijn repressieve beleid de politie en de jongeren tegen elkaar opgezet. Sarko vindt dat het de schuld is van de (zwarte) zwartrijder, die al 22 keer is opgepakt en 7 keer veroordeeld, en vindt het te gek voor woorden dat links ambtenaren zou willen beletten hun werk te doen. En rechts-extremist Jean-Marie Le Pen vindt dat het de schuld is van de buitenlanders, net als de rest van de problemen in Frankrijk.
Het is uitzonderlijk dat er een gevecht uitbreekt met vernielingen op een groot station, waar bovendien - altijd zoeken naar de Nederlandse invalshoek, luidt een modern journalistiek adagium - de Thalys uit Nederland aankomt. Kortom: een nieuwsbericht waardig. Als ik thuis achter de computer had gezeten die dag, had ik dat getikt. De hele nasleep echter doet vermoeden dat media en politici eigenlijk niets liever willen dan een nieuwe geweldsgolf. De geweldsuitbraak in de voorsteden van eind 2005 was ook al goeddeels te wijten aan baldadigheid (lees hier mijn analyse van destijds) en aandachttrekkerij. Geef ze voldoende aandacht, kom met de camera, en je weet zeker dat het weer uit de hand loopt.
Een goed voorbeeld daarvan was de 'verjaardag' van de rellen, in oktober/november 2006. Al begin oktober speculeerden de media op de mogelijkheid van nieuw geweld. Het 'gespuis' in de voorsteden zou eigenlijk teleurstellen als ze rond de eerste verjaardag van het stedelijk geweld niet een paar autootjes meer dan gebruikelijk in brand zouden steken (gemiddeld verbranden er iedere nacht in Frankrijk dertig auto's). Dat gebeurde dan ook.
Ook de eventuele overwinning op 6 mei van kandidaat Sarkozy, de aanstichter van al het kwaad volgens veel voorstadbewoners, zal volgens alle deskundologen weer tot nieuw geweld leiden. Als het maar vaak genoeg gezegd wordt, zijn de reljongeren vast de kwaadste niet en willen zij best een paar avondjes rellen.
Sarko fils de pute, Sarko fils de pute.
Ook mijn redactie belde mij gisteren met de vraag of ik bij 'experts' kon informeren hoe groot de kans was dat er weer geweld uitbreekt in het land. Ik zei dat ik dat om bovengenoemde reden geen goed idee vond, maar er moest een
follow-up komen, vond de redactie. Ik heb in overleg een verhaal gemaakt dat me relevanter leek, over Sarkozy die als minister van Binnenlandse Zaken nauwelijks meer veiligheid heeft gebracht, zoals hij dat zelf beweert. Daarbij fungeert de rel op Gare du Nord als illustratie. Dat staat morgen in (een deel van) de regionale kranten.

Ik ben benieuwd naar jullie mening over dit voorval.

Franse ME'ers in Parijs. Foto: Olivier van Beemen

Labels: , ,

maandag, januari 29, 2007

Naar Offside van Jafar Panahi in de 9-3

Eén keer eerder bezocht ik Le Blanc-Mesnil. Dat was eind 2005, tijdens de uitbraak van stedelijk geweld in de Franse voorsteden. Hier lees je een uitgebreid verslag van het eerdere bezoek aan dat stadje in het departement Seine-Saint-Denis, dat Fransen meestal neuf trois (9-3) noemen.
Vorige week was ik er opnieuw, dit keer met een leukere missie: de bioscoop Louis Daquin was een van de laatste filmhuizen rond Parijs waar de Iraanse film
Offside (Hors Jeu in het Frans) draaide, van regisseur Jafar Panahi. Ik was aan de late kant en had niet zo goed gecheckt waar de bioscoop zich bevond. In een drukke straat, ging ik maar van uit: zo veel zal het voorstadje er niet hebben.
In het centrum bleek het lastiger dan vermoed. Veel volk was er niet en ik vroeg de weg aan twee jongens, die Nicolas Sarkozy wellicht als
racaille zou bestempelen: jonge Fransen van Arabische afkomst met een net iets te dure auto, geparkeerd voor de pinautomaat (lang leve de tendentieuze journalistiek...). Die weigerde aanvankelijk meer dan twintig euro aan ze te geven. Later gaf-ie dan toch het dubbele. Opvallend: euro's noemden ze 'dollars'. 'Die zijn toch veel minder waard?' zei ik. 'Maakt niet uit,' vonden ze.
Toen ontstond er een lastige situatie. Ja hoor, ze kenden Louis Daquin wel. 'Nog een redelijk eindje lopen, we brengen je wel met de auto.' Lastig, omdat je je racistisch voelt bij het antwoord 'nee dank je, ik loop wel' en naïef bij het antwoord 'ja graag'. Voor ik het door had, koos ik voor naïviteit. Dat werkt toch ontwapenend, schijnt.
Bon, ze bleken erg aardig te zijn en ik mocht me weer eens gelukkig prijzen om mijn nationaliteit en adoptiestad van herkomst, Amsterdam (vijf jaar in Amsterdam studeren en je dan Amsterdammer noemen, zo een ben ik er). Beide werken ook ontwapenend.
Tussen haakjes: laatst in een gesprek met een Oostenrijks meisje besefte ik nog eens hoe gelukkig je je mag prijzen als Nederlander in oppervlakkige contacten. Oostenrijker zijn blijkt zo mogelijk nog lastiger dan Duitser, wat mij af en toe al geen sinecure lijkt. Ze vertelde dat een meisje het noemen van haar nationaliteit beantwoordde met de mededeling dat ze het achterhuis van Anne Frank bezocht had. 'Dat is niet in Oostenrijk, maar in Amsterdam,' zei de Oostenrijkse. 'Weet ik,' zei de Française. Laten we maar niet te diep nadenken over wat ze nu precies wilde zeggen.
Ik dwaal af. De jongens zetten me af voor de bios, wensten me een goede avond en ik deed hetzelfde. De film ging over een zestal meisjes dat niet bij de beslissende kwalificatiewedstrijd van Iran mocht zijn, voor het WK voetbal in Duitsland van vorig jaar. De vrouwelijke helft van de Iraanse bevolking heeft namelijk een permanent stadionverbod. Hoewel de amateur-acteurs af en toe niet heel sterk overkwamen, was de film zeker de moeite waard.
Ik was deze levensgevaarlijke onderneming begonnen, omdat Wordt Vervolgd, het tijdschrift van Amnesty International, mij gevraagd had regisseur Jafar Panahi te interviewen. Die zou namelijk in Parijs wonen. Ze wilden graag dat ik hem zou interviewen, omdat zijn film vanaf maart ook in Nederland zou draaien
Het bleek om een misverstand te gaan. Panahi woont in Teheran, de stad waar NRC-collega Thomas Erdbrink een fraai weblog bijhoudt. Ondertussen had ik de film wel gezien, dus zou ik hem dan maar telefonisch interviewen.
Totdat bleek dat Panahi naar Rotterdam kwam voor het filmfestival. Hoewel wij hier in mei Cannes hebben (waarvoor ik nu zo ongeveer de accreditatie zou moeten regelen en dan wellicht alsnog geweigerd zou worden), sla ik Rotterdam zelden over.
Dus vervroegde ik mijn trein en begaf me afgelopen vrijdag naar Rotterdam, waar ik de Jafar Panahi ontmoette. Zijn Engels bleek beperkt, maar een vriendelijke tolk bracht uitkomst. Lastig werken overigens, met zo'n tolk. Dat was de eerste keer voor me. Het resultaat mag je zelf beoordelen in het komende nummer van
Wordt Vervolgd.

Labels: ,

woensdag, november 01, 2006

De banlieue een jaar later

Op vakantie in de VS las ik in een aantal Amerikaanse kranten hoe verslaggevers - bijna tevreden - vaststelden dat er een jaar na de onlusten in de Franse voorsteden bijna niets veranderd is en hoe de overheid de arme buurten nu alweer vergeten is. Dat is ietwat kort door de bocht. De regering doet wel degelijk haar best de situatie te verbeteren, maar honderden verpauperde getto's veranderen nu eenmaal niet in een jaar in woonparadijsjes. Ik schreef er gisteren dit verhaal over.

Labels:

maandag, oktober 30, 2006

Bye NYC, hi La Grande Borne

Foto Christiaan van Beemen

Gisterochtend ben ik teruggekomen van een rondreis door de Verenigde Staten, die me onder meer langs San Francisco, Los Angeles, Grand Canyon, mammoetbomen, Las Vegas, Washington, Philadelphia en New York voerde. A la japonaise, zeg maar. Erg indrukwekkend.
Ondertussen rommelt het weer in de Franse buitenwijken. Een ongeschreven wet wil immers dat correspondenten op vakantie (of op reportage) zijn als er grootse evenementen gebeuren in hun land.
Dit keer was de schade (voor zowel de banlieue als voor mij) relatief beperkt, met uitzondering van een zwaargewonde jonge vrouw in Marseille, die niet op tijd uit een in brand gestoken bus kon ontsnappen en nog steeds in levensgevaar verkeert.
Gisterenmorgen kon ik dus direct na aankomst van mijn vliegtuig op Paris Charles de Gaulle en het thuisbrengen van mijn bagage een RER-trein pakken naar een voorstad voor een korte reportage uit La Grande Borne. Het had wel wat weg van een eerdere spoedoperatie richting buitenwijken, toen ik uit de Pyreneeën moest komen.
Ik ken die wijk al redelijk goed, omdat ik daar in maart een kleine week doorbracht om zo'n slechte buurt echt goed te leren kennen. Ik had langer willen blijven, maar de studentenprotesten in mijn eigen buurt tegen het CPE brachten me vroegtijdig terug. Hieronder de links naar de berichten met foto's uit La Grande Borne en naar eerdere berichten over de problematiek in de voorsteden.

BANLIEUE BLOG:
19/03/2006 Voortijdig einde
17/03/2006 Baldadigheid
17/03/2006 Ironie
17/03/2006 Dmin je te dirè
16/03/2006
Markt
16/03/2006 Wat staat er op de foto?
16/03/2006 Het woord 'banlieue
15/03/2006 Kon ze maar vertellen wat ze weet
15/03/2006 Toch weer een brandende auto
14/03/2006 Zieltjes winnen voor Jehova
14/03/2006 Google
14/03/2006 Voorsteden Parijs geen Tsjetsjenië
13/03/2006 'Parijs te gevaarlijk'
13/03/2006 RER
12/03/2006 Een bloeiperiode heeft de wijk niet gekend
26/02/2006 Lunch in Quick
24/02/2006 Correspondent in de banlieue

Eerdere berichten:
09/01/2006 Herinnering: de banlieue
22/12/2005 Bondy Blog
12/12/2005 Transvaalbuurt op springen?
07/12/2005 Flasback: van de Pyreneeën naar de voorsteden van Parijs


Vooral de berichten Baladigheid en Kon ze maar vertellen wat ze weet geven - in alle bescheidenheid - een aardige kijk op de problematiek.

Labels: ,

zondag, maart 19, 2006

BANLIEUE BLOG: Voortijdig einde

Ik zei het al: quelle ironie. Zit ik in een van de 'heetste' buurten van het land, slaat de vlam in de pan in je eigen, vrij chique wijk Quartier Latin. In overleg met de GPD-redactie heb ik besloten in Parijs te blijven tot de studentenprotesten voorbij zijn. Op een later tijdstip zal ik terugkeren naar La Grande Borne. Wordt zeker vervolgd.

Bovendien werd mijn weblog de afgelopen dagen geteisterd door technische problemen bij mijn provider Blogger. Die zijn nu - als het goed is - over.

Labels: , ,

vrijdag, maart 17, 2006

BANLIEUE BLOG: Baldadigheid

Laat ik maar eens met de deur in huis vallen: volgens mij valt het wel mee met de ‘eisen’ en de ‘onvrede’ van zowel de voorstedelijke relschoppers in november als de studenten en de lycéens van nu. De Franse en een groot deel van de internationale pers maken in mijn ogen de fout dat ze beide bewegingen veel te serieus nemen.
Eerst de banlieue. Natuurlijk zijn er talloze misstanden in de voorsteden: mede als gevolg van discriminatie is het voor jongeren moeilijk aan een baan te komen, huurhuizen zijn slecht onderhouden en leraren beginnen in het Franse systeem hun carrière meestal tegen hun zin in een probleemwijk, terwijl juist ervaren leraren gewenst zouden zijn.
Ongetwijfeld zal de frustratie daarover mee hebben gespeeld in ‘de opstand van de voorsteden’, maar de belangrijkste motivatie was volgens mij baldadigheid, ‘overheidje pesten’. Want wat deden de ‘gerevolteerde jongeren’? Ze staken (en steken) de auto’s van hun buren in de fik, hun eigen bussen, scholen, winkels en de bedrijven waar hun ouders werkten.
Toen relschoppers op zaterdag 5 november auto’s en twee scholen in brand staken in Grigny II, een ‘concurrerende probleemwijk’, reageerde La Grande Borne een nacht later: al het glas uit de bushokjes en de telefooncellen, auto’s in de fik en beschietingen op de ME met een luchtgeweer. ‘Wat Grigny II kan, kunnen wij ook, nee beter.’
Ik heb een behoorlijk aantal relschoppers gesproken destijds. Ik weet uiteraard dat ze journalisten niet serieus nemen, maar met een aantal had ik het idee redelijke gesprekken te voeren. Als je ze vraagt naar hun beweegredenen, hoor je dat iedereen elkaar napraat. ‘Ouais, Sarko noemt ons racaille (tuig; dat was inderdaad heel dom van Sarkozy). Als hij oorlog wil, dan kan-ie die krijgen ook.’ En daarom steken jullie de auto van je buren in de fik en bekogelen jullie de brandweer met stenen? ‘Dat vinden ze niet erg, dat begrijpen ze,’ antwoordde iemand me.
Opvallend vond ik dat vooral de Franse media de relschoppers steevast neutraal jeunes bleven noemen en almaar wees op hun slachtofferpositie. Het lijkt me een belediging voor die voorstadbewoners, bijvoorbeeld de meeste meisjes, die met onderwijs en hard werken een beter leven nastreven.

Voor de rebellerende studenten en scholieren hebben de Franse media nóg meer sympathie. De situatie: het Franse parlement, rechtstreeks door het volk gekozen, neemt een wet aan waarmee de regering hoopt eindelijk iets te doen tegen de voortdurende jeugdwerkloosheid, die bijna een op de vier werkzoekende jongeren treft.
Een van de voorstellen is het ‘eerstebaan-contract’ (CPE), een nieuw arbeidscontract voor jongeren onder de 26. Een proeftijd van twee jaar moet werkgevers over de streep trekken jongeren aan te nemen. Onder de nu geldende wetgeving heeft een werknemer zoveel rechten, dat de baas nooit meer van hem of haar af kan komen als het even later toch minder goed blijkt te gaan, ofwel met het bedrijf, of met de werknemer. Twee jaar onzekerheid is natuurlijk bijzonder onaangenaam, maar ik denk dat het te prefereren is boven werkloosheid.
Daar kun je het mee oneens zijn. Dan kun je de straat op gaan om dat te laten zien en hopen dat de regering inziet dat het misschien geen goed idee is. Maar als zij dat niet doet, moet je je neerleggen bij de beslissing van de volksvertegenwoordigers. Volgend jaar zijn er verkiezingen. Als een meerderheid het met je eens is, heb je dan een nieuwe regering die het anders zal doen.
Voor veel Fransen ligt een dergelijke redenering dichtbij ‘fascisme’. Je moet naar de straat luisteren, ook al staat op absolute hoogtijdagen maximaal twee procent van de bevolking op straat. Als je niet luistert, ben je geen democraat.
Wat willen de demonstranten dan? Ik heb het hen en ook een aantal vrienden die fervent tegenstander zijn van het CPE gevraagd. Het antwoord luidt steevast: ‘Wij willen meer goede, vaste banen.’ Ja, maar dat proberen linkse en rechtse regeringen al tientallen jaren tevergeefs te bewerkstelligen. Hoe moeten die er dan komen, die vaste banen? In het beste geval volgt dan stilte, in andere (de meeste) gevallen begint het discours dat het allemaal de schuld is van het kapitalisme en het liberalisme of gewoon van Amerika.
De Franse pers stelt dit soort vragen over het algemeen niet. Die bericht slechts dat het verzet tegen de regering aanhoudt, dat de moedige studenten niet opgeven. Dat ze zelfs een motregenbuitje trotseren en dat de opkomst in geval van vakantie weliswaar iets lager was, maar dat ze er nog steeds met duizenden stonden. Blijkbaar is een vakantie-uitstapje voor veel studenten nog net iets belangrijker dan een strijd voor de toekomst. De pers heeft daar gelukkig begrip voor.
Toen ik zelf een paar keer meedeed aan een staking in de vierde of de vijfde van mijn middelbare school in Haarlem, betekende dat: biertjes kopen en met een groepje naar Amsterdam. Met pech raakte je in de optocht verzeild, waarvan je nauwelijks wist waarvoor of -tegen ze demonstreerden. Maar we kwamen vooral voor de muziekoptredens, de spanning (we streden érgens voor, eeuh waarvoor ook al weer?) en een leuk dagje uit.
Naar mijn indruk geldt in Frankrijk voor het merendeel precies hetzelfde. Veel demonstranten die ik ondervroeg, waren nauwelijks op de hoogte van de inhoud van het CPE en genoten van een zonnige dag in het centrum van Parijs. Bij de alimentations (levensmiddelenzaakjes) nabij de demonstratie stonden rijen jongeren grote blikken (meestal Nederlands) zwaar bier in te slaan of ze maakten in een groepje een fles wijn meester. Overal rook het naar wiet.
En als de rellen 's avonds uit de hand lopen, gaat het volgens de pers steevast om een ongeregeld groepje, die eigenlijk niet bij de studentenbeweging hoort. Het gaat vaak echter wel degelijk om Sorbonne-studenten die de ME bekogelen. Ze bewezen hoe diep ze kunnen zinken door bibliotheekboeken naar beneden te gooien. In totaal berokkenden ze hun universiteit voor tienduizenden euro's schade.
Dat is geen revolte, dat is baldadige criminaliteit, net als de acties van de jongeren in de banlieue.

Labels: , , ,

BANLIEUE BLOG: Ironie

Quartier Latin lijkt steeds meer op oorlogsgebied. Foto: Olivier van Beemen

De ironie van het lot: terwijl ik in een van de befaamde probleembuurten van Frankrijk verblijf, werd ik gisteren teruggeroepen om een reportage te maken in het – doorgaans – toeristenparadijs Quartier Latin, waar ik zelf woon. Na een wandeling langs de militaire zone rond de Sorbonne en wat interviewtjes rond de Place d’Italie, waar gisteren de dagelijkse demonstratie tegen het CPE plaatsvond, kon ik weer terug naar mijn rustige buurt in Grigny.
Terwijl ik op de bus naar het Gare de Lyon stond te wachten, vertelde een toekomstige medepassagier bovendien dat er gevechten waren uitgebroken bij het eindpunt van de optocht, bij Sèvres-Babylone in het chique zesde. Terug in mijn Etap Hotel zag ik op het achtuurjournaal dat er ook op het plein voor de Sorbonne weer gereld werd. Twee studenten journalistiek van Sciences-Po, die ik ondervraagd had, kondigden dat al aan.

Labels: ,

BANLIEUE BLOG: Dmin je te dirè

Coucou olivier ba jné pa vu bocou 2 monde ojordui a coz d grév mé dmin je te dirè dsl de npa av rép je mangé

Deze sms ontving ik gisteravond van ‘Julie’, de dochter van Françoise Bruneau (nog steeds geen echte namen), die ik even tevoren gebeld had. Ik had haar gevraagd of ik haar en enkele vrienden kan interviewen over hun perceptie van de buurt en hun dagelijks leven. Nieuwe quizvraag: wat heeft ze mij precies geantwoord?

De Franse jeugd, vooral in mindere buurten, heeft een reputatie hoog te houden op het gebied van taalvernieuwing. Het bekendst is het verlan, waarin woorden omgedraaid worden (als je de lettergrepen van à l’envers omdraait, krijg je met een beetje goede wil verlan). Enkele voorbeelden zijn fou - ouf, femme - meuf, flic - keuf, arabe - rebeu (en daarna weer beur), juif - feuj, noir - renoi, français - céfran, louche - chelou, famille - mifa, en ik heb zelfs wel eens Rakchi gehoord, voor de geliefde president van het land.

De sms-taal is ook steeds wijdverbreider, net als Nederland trouwens zo’n taal kent, maar naar mijn idee in mindere mate. Corrigeer mij als ik ongelijk heb. Op internetfora en weblogs is de spelling van Julies sms de nieuwe standaard. Haar weblog en de reacties op haar teksten zijn een goed voorbeeld. Als ik haar toestemming krijg, zet ik een link op mijn site.
Het probleem is natuurlijk dat de taal van Molière, zoals Fransen hun taal graag noemen, een tweede taal dreigt te worden voor de gebruikers, die op school gesproken moet worden en in het arbeidsproces. In de Wafa Phone heb ik tijdens mijn internetsessies al een aantal keren jongeren uit de buurt horen bellen met officiële instanties, bijvoorbeeld voor een baan. Het klinkt onnatuurlijk als ze proberen over te schakelen van hun banlieuetaal naar het Frans, en het gaat niet iedereen even goed af.

Labels: ,

donderdag, maart 16, 2006

BANLIEUE BLOG: Markt

Foto's: Olivier van Beemen

Op donderdag- en zondagmorgen komt het winkelcentrumpje van La Grande Borne, dat door de concurrentie met hypermarchés en de vele overvallen nauwelijks nog winkels heeft, helemaal tot leven. Dan is het markt.
Helaas had ik weinig tijd eens uitgebreid met de marktlieden te spreken, want ik zit inmiddels in het Quartier Latin in Parijs. De afspraak met mijn werkgever GPD (persbureau voor regionale kranten) was dat ik terug zou komen bij grootse evenementen, en het studentenprotest tegen het arbeidscontract voor jongeren (CPE) begint zulke vormen aan te nemen, dat ik er wel een verhaal aan moet wijden. Even op en neer forenzen naar Parijs dus en vanavond weer terug gewoon in mijn buurt.

Labels: ,

BANLIEUE BLOG: Wat staat er op de foto?

Foto: Olivier van Beemen

Ook in La Grande Borne gaat mijn wekelijkse fotoquiz gewoon door, zij het iets aangepast: welke beroemde persoon staat op het gebouw op deze foto? Spelregels en prijs: hier.

Eerdere foto's
foto 8 / foto 7 / foto 6 / foto 5 / foto 4 / foto 3 / foto 2 / foto 1

Labels: , ,

BANLIEUE BLOG: Banlieue

Fransen noemen het geheel van voorsteden om een grote stad la banlieue. Eén enkele voorstad, zoals Grigny, waar ik nu zit, is une banlieue. Niet alleen Parijs en grote steden als Marseille en Lyon kennen die, maar ook kleinere provinciesteden als Dijon of Metz. De term is dus niet noodzakelijkerwijs verbonden aan slechte wijken. Plaatsen als Versailles of het zeer rijke Neuilly-sur-Seine zijn ook banlieues.
Over de oorsprong van het woord banlieue zijn meerdere versies in omloop. Er is gezegd dat het een plek is waar alle activiteiten plaatsvinden die men uit de stad wilde verjagen, verbannen. Vooral in de huidige context van de probleemwijken is dat een verklaring die logisch klinkt.
Volgens Pierre Merlin echter is het tegenovergestelde waar. Hij kan het weten, want hij is auteur van Les banlieues des villes françaises. Het gaat juist om de lieue (oude Franse lengtemaat, 5555 meter) rond de stad, waar de stadsautoriteit (le ban) nog steeds geldt.
Nu geldt die niet meer. Een banlieue is een zelfstandige gemeente en hoort – rond Parijs – zelfs bij een ander departement. Het criterium om tegenwoordig tot de banlieue te behoren, is afhankelijkheid van de nabijgelegen stad, bijvoorbeeld voor werk of vertier.
Een complicerende factor vormen de in de jaren vijftig bedachte villes nouvelles: Evry, Melun, Marne-laVallée, Cergy-Pontoise en Saint-Quentin-en-Yvelines. Dat zijn steden nabij Parijs, die zo gebouwd zijn dat de bewoners – in theorie – voorzien in al hun behoeften en aangenaam leven leiden, zonder naar Parijs te hoeven.
Grofweg wordt de hele regio Ile-de-France (11 miljoen inwoners) vaak als banlieue van Parijs beschouwd, maar bij de villes nouvelles en bij steden als Etampes, Mantes-la-Jolie en Meaux, die zo’n vijftig kilometer van Parijs liggen, valt daarover te twisten.

Labels: ,

woensdag, maart 15, 2006

BANLIEUE BLOG: Toch weer een brandende auto

Place de la Carpe. Foto: Olivier van Beemen


Eén uur ’s middags. Ik fiets door La Grande Borne en laat me opnieuw verrassen door de talrijke speelse gebouwen en kunstwerken in de buurt. Ik zal er zeker nog een keer een bericht aan wijden.
Terwijl ik een huis in zeer slechte staat fotografeer, komt een sterke rooklucht me tegemoet. Verderop zie ik een menigte jongelui, bij het hoger gelegen Place de la Carpe. Ik was er die ochtend nog voor de bibliotheek en het Centre de l’Emploi et de la Formation.
Twee brandweerlieden staan midden op het plein en worden omgeven door dikke, zwarte rook. De politie verbiedt me dichterbij te komen en te fotograferen. Ik moet mijn perskaart tonen, waarvan de politie telefonisch de echtheid checkt. Het duurt lang en ik protesteer dat ik toch zeker het recht heb te fotograferen als ik wil, maar de agent dreigt mijn camera te confisqueren. Mijn ‘en de vrijheid van de pers dan?’ en ‘is dit soms een totalitaire staat?’ helpen weinig, maar na een telefoontje mag ik dan toch foto’s maken.
In de ondergrondse parkeergarage onder het plein blijkt een auto in brand gestoken te zijn. Gevaar voor uitbreiding van het vuur en instorting is er volgens de politie niet. Ook toegesnelde medewerkers van elektriciteitsbedrijf EDF constateren dat er geen verder gevaar dreigt. Voor de hulpdiensten zit de routineklus er weer op. 'Dagelijks is overdreven', zegt de agent, 'maar minstens één keer per week is het wel raak.'
Veel Nederlanders zullen pas tijdens de rellen eind vorig jaar op de hoogte geraakt zijn van het Franse voorstedelijke fenomeen van autootje in de fik steken. De meeste Fransen weten wel beter. Sinds de jaren negentig gaan er gemiddeld zo’n tienduizend auto’s in vlammen op in Frankrijk. Vooral oudejaarsnacht is een favoriete gelegenheid en ook de nacht van de nationale feestdag, op 14 juli, doet het altijd goed. Maar het gebeurt dus ook gewoon op doordeweekse middagen, zoals nu.
Ik vraag de brandweer of ik mee mag de garage in, maar die vindt dat te gevaarlijk. De politieagent vraagt me waar mijn fiets staat. ‘Tegen die boom, op slot,’ wijs ik hem. Hij lacht me minzaam toe. ‘Op slot zegt hier niets. En je mag blij zijn dat je je camera nog hebt. Ze houden hier niet zo van journalisten, moet u weten.’
We raken aan de praat, waarbij hij me op de meeste vragen antwoordt dat ik bij zijn superieuren moet zijn, die ik deze week nog zal benaderen. Of hij vermoedt dat de daders tussen de toekijkende jongeren staan: 'Dat zou heel goed kunnen,' zegt hij.

Uiteraard ben ik nog steeds van mening dat de banlieue niet gereduceerd moet worden tot een plek waar auto's verbranden, maar het valt moeilijk te ontkennen dat het een alledaags fenomeen is.

Brandweerlieden breken de nooduitgang naar de parkeergarage open, waar een auto in brand staat. Foto: Olivier van Beemen

Labels: ,

BANLIEUE BLOG: Kon ze maar vertellen wat ze weet…

La Grande Borne, niet het blok van Bruneau. Foto: Olivier van Beemen


Nog steeds trilt Françoise Bruneau (58 jaar, niet haar echte naam, net als andere namen in dit bericht). Ik ontmoette haar vier maanden geleden, de ochtend na hevige rellen in La Grande Borne. Zij heeft de pech precies op de plek te wonen waar de gevechten plaatsvonden tussen de ME en de relschoppende jongeren.
Ze woont op de begane grond, vlak aan de straat. Ze stond in haar ochtendjas, had pijn in haar keel en haar vijftienjarige dochter Julie lag ziek op bed. Er was die nacht met luchtgeweren geschoten en de ME had gereageerd met traangas, die ook het appartement van Bruneau binnen was gedrongen. Het was de zoveelste keer dat ze tegen haar zin getuige was van stedelijk geweld in La Grande Borne. Voor haar is het leven in La Grande Borne, in tegenstelling tot anderen, wel een permanente beproeving.
Ik vraag Bruneau en haar dochter mee uit eten. Een ontmoeting bij haar is uitgesloten, te riskant, vindt ze. De keuze in La Grande Borne bestaat behalve de hamburgerrestaurants Quick en McDonald’s min of meer uit een drietal snelwegrestaurants, die toevallig vlak naast de buurt liggen. We eten in Buffalo Grill, waar Bruneau zelf een kleine tien jaar geleden werkte. Tot ze haar arm brak en haar werk niet langer kon doen. Ze werd ontslagen en heeft sindsdien geen nieuwe baan gevonden. Nu is ze te oud, dat weet ze zeker.
Ze heeft niet alleen de pech dat haar huis vlak naast het gebruikelijke slagveld staat, maar ook nog eens dat een deel van het racaille (tuig) bij haar in het gebouw woont. Haar trappenhuis is een verzamelpunt van blowende jongeren. Bruneau: ‘En weet ik niet wat ze verder nog allemaal gebruiken.’
Ze moet vragen of ze mag passeren, als ze binnenkomt. Geluidsoverlast is permanent en tussen twee schilderbeurten worden de muren steevast opgesierd met teksten als ‘Nick la France, Nike les keufs of Sarko, nick ta mère’ (inclusief inconsequente spelling): Fuck Frankrijk, de politie en Sarko, fuck je moeder. Ook gebruiken ze, indien nodig, de kelderdeur als urinoir. Toen Bruneau die laatst met veel chloor reinigde en een papiertje ophing ‘respect begint bij het respecteren van je buren’, hoorde ze hoe dat papier verscheurd werd zodra ze weer binnen was.
Tegelijkertijd moet ze de jongens, tussen de 15 en 22 jaar oud, te vriend houden, bang als ze is. Vaak zijn zij dan ook weer vriendelijk tegen haar. Zo heeft ze een keer een kop chocolademelk voor ze gemaakt, waarop de jongens vol dankbaarheid antwoordden dat nog nooit iemand dat voor ze gedaan had. En als ze om een sigaret, vloeitjes of aansteker vragen en ze heeft die in huis, geeft ze die, ondanks dat ze weet dat ze (ook) de aansteker niet terugkrijgt. Het lijkt op een misselijk machtsspel, waarbij het doel is Bruneau tot wanhoop te drijven, wat redelijk slaagt.
Ook dochter Julie vindt de jongens, van wie sommigen leeftijdsgenoten zijn, irritant. Vooral haar vriendje moet het ontgelden, omdat hij net als zij blank is en omdat hij uit een redelijk goede buurt komt. ‘Dat zien ze als verraad,’ zegt ze. ‘Eigenlijk zou ik met een van hun moeten zijn.’
Françoise Bruneau zou veel over ze kunnen vertellen. ‘Als ik op honderden kilometers zou wonen en zeker wist dat ik veilig was, zou ik de politie nuttige tips kunnen geven,’ zegt ze. Na enig aandringen en de absolute garantie dat ik haar echte naam niet noem, noch duidelijkheid geef over haar adres, wil ze het mij wel vertellen. Haar dochter zegt op dat moment: ‘Mam, die jongens kunnen al geen Frans lezen, laat staan Nederlands.’
Bruneau: ‘Je weet dat er die nacht met jachtgeweren is geschoten, waarbij een aantal agenten gewond raakte, en dat er een enorme hoeveelheid molotovcocktails is gegooid. Die kwamen van mijn bovenburen. Ik heb de jongens naar buiten zien komen met de geweren en de flesjes, we konden het nauwelijks missen. De ouders wisten ervan en ik heb ze daarop aangesproken, maar ze wilden het er niet over hebben. De politie weet niet wie geschoten heeft.’
Het gaat hier om een ‘Frans-Frans’ (franco-français, of français de souche) gezin, van wie de zoon deel uitmaakt van de groep. Volgens Bruneau is de jongen een soort goedzak, die door de andere jongens, merendeels zwart of Arabier, niet helemaal serieus wordt genomen en die op deze manier erbij probeert te horen.
Ze weet precies wanneer het misging in haar pand. Toen ze er net woonde, in de jaren tachtig, was ze gelukkig. De woning is groot en goedkoop: ze betaalt minder dan honderdvijftig euro voor een driekamerappartement.
‘Toen de vrouw van buurman Sébastien overleed, zag de buurt hoe ongelukkig hij was,’ vertelt ze. ‘Hij is een goede kerel, maar enigszins zwakbegaafd. Hij had een nieuwe vrouw nodig. Een Marokkaans gezin zag zijn kans schoon en bracht hem in contact met een familielid, een verschrikkelijke vrouw, die slechts om hem gaf voor de papieren.
‘Ze bleek later niet één, zoals ze beweerde, maar twee zonen te hebben, die beiden Ali heten. Hun komst heeft geleid tot de verziekte sfeer in het gebouw.’ Een van de Ali’s (nogmaals: niet hun echte naam) werd tijdens de rellen opgepakt en is nu net weer vrij.
‘Die jongens weten dat ik de waarheid ken over de geweren. En ik ben op de hoogte van nog veel meer: ze roken hier bijvoorbeeld niet alleen, maar dealen ook.’ Om loslippigheid te voorkomen, is Bruneau al meermaals bedreigd. Ze zullen haar deur (met vier sloten) in komen schoppen en haar dochter en haar levend verbranden. ‘En dat zijn geen praatjes,’ verzekert Bruneau.
‘Doodsbang in eigen huis,’ kopte ik mijn verhaal destijds. Ruim vier maanden later is dat niet veranderd en ondanks herhaalde aanvraag maakt Bruneau geen enkele kans op een andere woning.

Labels: ,

dinsdag, maart 14, 2006

BANLIEUE BLOG: Zieltjes winnen voor Jehova

Foto: Olivier van Beemen

Ludwig Dorville (links) en Daniel Simon zijn bekende figuren in La Grande Borne. Ze zijn Jehova’s getuigen en met de bijbel binnen handbereik proberen ze zieltjes te winnen in de buurt. ‘Soms reageren de bewoners gewelddadig, maar de meesten zijn geïnteresseerd in onze missie,’ zegt Simon.
Ze gaan van deur tot deur, maar hebben de laatste tijd grote moeilijkheden, want steeds meer huizen hebben een entreecode, waardoor je niet meer direct aan kunt bellen.
Simon: ‘We merken dat ze ons blad graag willen lezen, maar ze sluiten zich niet gauw aan. Niet meer roken, weinig drinken en geen drugs meer is voor sommigen een te groot offer.’ Toch beweren ze dat er zo’n 120 à 130 Jehova’s in de buurt wonen.
Zelf zijn ze beiden iets verderop gehuisvest, in redelijk goede buurten met kleine vrijstaande huisjes. Ze zijn niet erg te spreken over La Grande Borne. ‘Alle ellende van de wereld komt hier samen,’ zegt Simon. Ook op de architectuur, door velen juist geprezen, hebben ze kritiek. ‘De blokken zijn te dicht op elkaar gebouwd,’ vinden ze. 'Ze zouden architecten moeten dwingen een tijd lang in de wijken te wonen die ze zelf hebben ontworpen.'

Labels: ,

BANLIEUE BLOG: Google

Foto: Olivier van Beemen


Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat veel internetgebruikers hun leven steeds meer uit handen geven aan Google. Persoonlijk e-mail ik, doe ik al mijn zoekacties en houd ik mijn weblog bij op sites van Google. Alles wordt opgeslagen...
In La Grande Borne blijkt dat Google ook iets over een buurt kan vertellen. In de belshop Wafa Phone waar ik het merendeel van mijn berichten online zet, is het mogelijk de zoekacties van vorige gebruikers te zien, een bloemlezing:


  • Abidjan (economische hoofdstad van Ivoorkust)
  • Air Algérie
  • Annonce nounou (advertentie voor oppas)
  • Anpe (arbeidsbureau)
  • Asile territoriale
  • Assedic (instantie voor werkloosheidsuitkeringen)
  • Avant-projet de loi Sarkozy (voorontwerp van de wet van Sarkozy)
  • Bodyguard
  • Caf Evry (subsidie-instelling van nabijgelegen stad Evry)
  • Caissière
  • Emploi (werk)
  • France asile
  • Intérim (uitzendwerk)
  • Islam web
  • Loi sur l’émigration des années 2002 et 2003 (emigratiewet van 2002/2003)
  • Orly Alger
  • Régularisation de mariage mixte (het 'voor de wet in orde maken' van een gemengd huwelijk)
  • Sportif de haut niveau boxe française (topsporter Frans boksen)
Een dergelijk stukje had het inspirerende Bondy Blog van het Zwitserse tijdschrift L'Hebdo ook.

Labels: ,

BANLIEUE BLOG: Voorsteden Parijs geen Tsjetsjenië

Foto Olivier van Beemen


Ruim twee jaar geleden maakte ik voor Elsevier een reportage over de buurt Les Pyramides in de – vanuit Grigny – nabijgelegen stad Evry. Ook dat is zo'n probleembuurt, met hoge werkloosheid, slecht onderhouden huizen, veel allochtonen en een hoge criminaliteit. Voor fotomateriaal schakelden we een fotograaf in via het Franse nationale persbureau AFP.
Hij was net als ik niet in het bezit van een auto, maar we konden een auto van AFP meekrijgen. De fotograaf had expliciet gevraagd om een auto zonder logo, maar zag tot zijn teleurstelling dat die allemaal al vergeven waren die dag.
In de auto mét logo vertelde de fotograaf me over zijn ambities. Hij was nu nog freelancer, vooral voor AFP, maar wilde graag in vaste dienst bij ze worden aangenomen. Hij droomde ervan om reportages te maken op plekken die in de schijnwerpers staan. Zo was hij graag naar Ivoorkust gaan, waar de vlam toen behoorlijk in de pan was geslagen, of nog liever, naar Bagdad.
De voorsteden (banlieues) van zijn eigen woonplaats daarentegen waren voor hem een ander verhaal. Al op de snelweg A6 (die 'mijn buurt' La Grande Borne afsnijdt van de rest van Grigny) vertelde hij me hoe graag hij weer aan de andere kant zou rijden, wat zou betekenen dat de reportage er weer op zat. Hij had al talrijke verhalen gehoord van collega´s die met stenen zijn bekogeld en waren aangevallen.
Eenmaal in de wijk durfde hij zijn auto nauwelijks uit. Als hij het deed, liet hij hem aanstaan, zodat hij razendsnel weer zou kunnen optrekken bij naderende dreiging. Ook durfde hij bijna geen mensen te fotograferen, wat foto’s meestal juist het interessantst maakt.

Als een Parijse fotograaf van het nationale persbureau al een beeld heeft van de banlieue als één grote gevarenzone, dan is het niet vreemd dat minder mondaine mensen in binnen- en buitenland dat ook hebben. Dat is ook weer niet verbazingwekkend, want 90 procent van de keren dat de voorsteden in het Franse nieuws komen, is het negatief. Maak daar buiten Frankrijk maar 100 van.
Tijdens het stedelijk geweld eind vorig jaar bereikte de negatieve visie begrijpelijkerwijs een hoogtepunt. Het departement Seine-Saint-Denis stond in brand, Parijs stond in brand, Frankrijk stond in brand. Zelf heb ik me er aanvankelijk, beïnvloed door de spectaculaire televisiebeelden, ook enigszins schuldig aan gemaakt, zij het niet in die mate.
Toen ik tijdens de onlusten met een Nederlandse fotograaf, gestuurd door de GPD dit keer, door de ‘brandende gebieden’ reed, bleek hoe relatief het allemaal was. We hebben op het hoogtepunt van de rellen een urenlange nachtelijke rit door vrijwel alle probleemwijken van le neuf-trois (het befaamde departement Seine-Saint-Denis) gemaakt, en geen rotje horen afgaan.
Toch gaf Rusland een officieel negatief reisadvies uit en verkondigde de Russische pers triomfantelijk dat ook het immer betweterige Frankrijk zijn eigen Tsjetsjenië kent. Ook Nederland waarschuwde zijn inwoners niet de voorsteden in te trekken. Zelfs een groepje vrienden mailde me ongerust of het wel verantwoord was met de auto naar Parijs te komen voor mijn huisopwarmfeestje. Ze hadden gehoord dat de rellen nu ook al het centrum van Parijs bereikt hadden en dat ze langs Saint-Denis moesten. (Uiteindelijk werd de auto niet in brand gestoken, maar weggesleept wegens fout parkeren.)

Vrijwel iedere keer dat ik in zo’n 'gevoelige wijk' kom, valt de rust me weer op die er heerst, sereniteit zou ik bijna zeggen. Zo ook gisteren toen ik in La Grande Borne aankwam en tijdens de voorbereidende bezoeken. Een mooi winterzonnetje scheen over het grote autovrije en groene gebied midden in de wijk. Ok, er lígt vuil op straat, veel auto’s vállen half uit elkaar, net als sommige huizen, maar daartussen voetballen de kinderen, speelt een groep ouderen (allen van buitenlandse origine) jeu de boules (zie dit bericht) en zie je opvallend veel contact tussen mensen met verschillende huidskleuren.
Meisjes en jonge vrouwen discussiëren vooral met zijn tweeën, jongens hangen vaak rond in groepjes. Hoewel sommigen zich tijdens de rellen vast hebben misdragen (laten we niet naïef zijn en de wijk te veel idealiseren), gaat er geen enkele dreiging van ze uit.
Het is een van de redenen dat ik hier een tijdje ben gaan zitten: ondanks alle misstanden en problemen is zelfs een Parijse voorstad een met een slechte reputatie zoals La Grande Borne in Grigny, geen permanente levende hel, zoals je zou kunnen denken.

Dit blog is ook te volgen op de site van Elsevier.

Labels: ,